zondag 4 juni 2017

Grensgeval

                  
              Grensgeval


Omwille van de eeuwige vrede ben ik voor een verenigd Europa zonder grenzen. Van globalisering en vrijhandel ben ik ook al niet vies. Met genoegen doop ik mijn patatje in Amerikaanse Hellmann’s mayonaise die ik wegspoel met een Foster’s Lager uit Australië. Maar geregeld hunker ik juist naar het overschrijden van een ouderwetse grens. Ach, mijn eerste mossel in De Panne, croissant in Arras en espresso in Ventimiglia. Maar we denderen tegenwoordig met 130 km/h over verweerde strepen waar vroeger slagbomen knikten. Alle voorgaande consumpties kan ik trouwens binnen het kwartier in huis hebben en ik woon in een dorp.

Om te kijken of er nog iets over is van de scheiding tussen België en Nederland ga ik er fietsen. In de schaduw van het standbeeld van de wielrenner in Chaam stappen we - bijna altijd fiets ik alleen, nu samen met mijn vrouw Belinda - op voor een tocht naar Turnhout.
Volop natuur hier in Brabant. Af en toe rijden we een varkenshouderij voorbij die omsingeld wordt door bijbehorende stank. Wietplantages verraden zichzelf door hun geur maar dat is hier onmogelijk. Voor de eerste keer overschrijden we de grens en rijden de Belgische exclave Baarle-Hertog in. Voor ons is het een enclave, voor onze zuiderburen een exclave. Door het dorp lopen tegels met kruisen om de grens aan te geven. Omdat we er toch zijn eten we garnalenkroketten met een glaasje wit erbij.

Het fietspad dat we volgen heeft een naam: het Belse Lijntje. Het loopt over de opgeheven spoorlijn Tilburg-Turnhout door de Kempen. Onafgebroken wisselen we van land, de grens doorkruist straten, erven en zelfs huizen . Het oude Station Weelde ziet er nog als zodanig uit maar is nu een boerderij. We volgen het grensriviertje de Mark, het is hier door god en iedereen verlaten. Als de kerktoren van Hoogstraten aan de horizon opdoemt is het gedaan met de rust. Veel trekkers vergezellen ons over de weg van betonplaten naar het dorp. Aan de voet van de naar de hemel reikende toren - 105 meter, toe maar - begint de Lindendreef. Aan het eind daarvan staat een kasteel met robuuste muren en dat komt goed uit want het blijkt een gevangenis.

De weg naar het voormalig klooster waar we zullen overnachten loopt via de dorpen Wortel en Merksplas. Ook in die dorpen staat een gevangenis!
We nemen het pad dat de meeste natuur belooft en worden niet teleurgesteld. Wuivend gras, vennen, loofbos, slootjes met wilgen, moeras en het koolzaad gaat per strekkende hectare. Het enige wat we horen is de klapwiek van een loerende kiekendief.
Als we het kanaal oversteken zijn we in Turnhout. Omdat ik de weg niet weet naar het Begijnhof meld ik me op de Grote Markt bij de VVV. Op de deur hangt een briefje:
                   Op paasmaandag zijn we uitzonderlijk gesloten.

Aan de rand van de stad weer een bakstenen muur met kronkelend prikkeldraad. Ik kan het haast niet geloven maar het is toch echt weer een gevangenis. Het Begijnhof heeft een namaak grot met Maria maar de verrukking die Bernadette in Lourdes ervoer blijft bij ons achterwege.

Onze slaapplek is in Oud-Turnhout, 10 kilometer verder peddelen. De route loopt door straten waar de rijken hun huizen hebben gebouwd. Belgen kopen een kavel en trekken daar hun stulp op. De eerste vraag die aan onze 20-jarige Jan Mulder in de kleedkamer van Anderlecht werd gesteld was: ‘En Jan, bouw je al?’ Die vrijheid leidt tot protserige mini-kasteeltjes met stenen leeuwen die de oprijlaan bewaken. Maar een uit grijs basalt opgetrokken bunker trekt de aandacht. Pas als ik een raam zie laat ik het idee varen dat het weer een gevangenis is. Naar het inzicht van de eigenaar is dit zijn droomhuis.

Tijdens de Vlaamse maaltijd concluderen we dat de buurlanden nog altijd verschillen en dat we dat graag zo houden.

Thomas van der Steen









donderdag 27 april 2017

Lente en Nieuwegein

                  
                  Lente en Nieuwegein


Herfst en Nieuwegein was het eerste nummer dat ik ooit van Spinvis hoorde en ik was op slag verkocht. De muziek maar vooral de teksten van Erik de Jong vielen op. Ik moet aan dat nummer denken als ik op de Pont Napoleon in Vianen sta. Aan de overkant van de Lek ligt Nieuwegein en het is trouwens geen herfst maar lente.


‘de wind verzamelt stemmen en papier’


Om de lente te vieren wil ik via de Lekdijk stroomafwaarts naar Ameide fietsen, om daar met het veer naar Lopik aan de overkant te varen. Daarna met de wind in de rug naar Nieuwegein, om op de plattegrond te kijken die Spinvis inspireerde tot:


‘de sneltram en het kruispunt
en het zwembad
U bevindt zich hier’


Om bij de dijk te komen moet ik langs het haventje van Vianen en door de Lekpoort. Het stadje blijkt een parel, de poort geeft toegang tot een historisch straatje met het stadhuis als hoogtepunt. Dat de watertoren van wit beton detoneert in dit decor vind ik juist mooi.
Het fietspad bovenop de dijk geeft goed zicht op de Lek maar de forse tegenwind heeft vrij spel. Het is eind maart en alle voorjaars clichés trekken voorbij. Onder roze bloesem zoeken lammetjes ijverig naar de melk van hun moeder. Het gaat er niet zachtzinnig aan toe en heb medelijden met de ooien. Als ik uitblaas op een bankje en over de uiterwaarden kijk, kruipt er onmiddellijk nieuwsgierig ongedierte over mijn blote armen.


‘het was misschien z’n tijd
daar ligt ie nou
je vraagt je af
wie er morgen in z’n auto rijdt’


Als ik in Ameide kom blijkt het ook een prachtig stadhuis te hebben. Een rij historische panden geeft het stadje allure. Voor het monumentale pand van het Hoogheemraadschap staat een spierwitte Bentley geparkeerd; is de dijkgraaf op bezoek?
Op een grasveld bij de rivier eet ik mijn lunch. Hiervandaan heb ik goed zicht op het dobberende pontje verderop. De schipper houdt ook lunchpauze en rommelt wat in zijn stuurhut. Pas als een vrouw haar fiets op het dek parkeert kom ik in beweging. Omdat de boot al die tijd niet heeft gevaren vraag ik de vrouw wanneer hij vertrekt. ‘Huub, wanneer ga je varen?’ Huub richt zich op en zegt: ‘aanstaande zaterdag weer voor ‘t eerst.’


‘in alles wacht
vandaag de eeuwigheid’


Teleurgesteld stap ik op om dezelfde weg terug te gaan. Geïrriteerd en met de wind in de rug haal ik met gemak drie binnenvaartschepen in, dat zal ze leren.
Uiteindelijk sta ik weer op de Napoleons brug die de uiterwaarde overspant. In 1811 stond de keizer hier ook, hij was onderweg naar Utrecht. Toen werden hemel en aarde bewogen om hem en zijn gevolg over te zetten. Ik moet wachten tot zaterdag.


‘vanaf hier is alles wat het lijkt’


Thomas van der Steen


Herfst en Nieuwegein, Spinvis



vrijdag 7 april 2017

Hilversumse Architectuurprijs 2017

        
       
       Hilversumse Architectuurprijs 2017



Sinds 2009 reikt de Stichting Hilversumse Architectuurprijs een onderscheiding uit aan een bouwwerk dat in de twee jaar ervoor in de mediastad is verrezen. Naar mijn mening te vaak; wat gebeurt er nou helemaal in een gemeente met 88.008 inwoners? Er wordt verbouwd, gerenoveerd en nieuw gebouwd maar niet op wereldschokkende schaal.
Om een beeld te krijgen fiets ik langs de nominaties van editie 2017. Er is een vak- en een publieksprijs.


  • Crematorium Zuiderhof
In het verlengde van de straat waar ik woon begint de hei. Daar ligt Zuiderhof, een begraafplaats ontworpen door de wereldberoemde architect Dudok. Het is een van zijn laatste werken en Rijksmonument. Ik vind het prachtig: wit, strak, een zuilengalerij en waterbassins.
Hilversum had geen crematorium, we moesten uitwijken naar Bilthoven. Daar was ik de laatste tijd te vaak: ik nam afscheid van mijn ouders, beste vriend, collega’s en ouders van vrienden.
Vanaf nu kan ik op de fiets voor het laatste vaarwel . De aula is in de stijl van de oude meester gebouwd: een witte rechthoek op het gras. Ik moest meteen na de opening al opdraven en zag door het immense raam de einder.




  • Natuurbrug Hoorneboeg
Het is de eerste dag van het jaar dat de zon van de kou wint. Ik voel me zoals koeien die voor ‘t eerst de wei in gaan. De hei loopt af naar de bosrand en terwijl ik op volle snelheid over het pad stuif, dwarrelen de winterse besognes van me af. De natuurbrug in het bos is een brug, niks meer, niks minder. Als het zich wil onderscheiden moet het komen van de eikels en bladeren die in het beton zijn gestanst.
Op de volgende brug over de spoorlijn naar Utrecht zie ik een klassieker. De betonnen bovenleidingsportalen uit 1938 zijn zeldzaam industrieel erfgoed.











  • Pim Jacobsstraat 1
Om door het bos bij de nieuwbouwwijk te komen waar bovenstaand huis staat moet ik langs het Wasmeer. Hilversum was een weversdorp en voordat de schapen werden geschoren werden ze hier gewassen.
De wijk is in aanbouw dus veel zand, stapels stenen en witte busjes met bouwvakkers. Het genomineerde huis is klaar en de Scandinavische roots waarvan wordt gesproken zijn zonneklaar. Veel hout - dat verweert zo snel - en hé, dat lijkt wel een rieten muur.

  • Raafstraat 2-28

In de Vogelbuurt is een klein straatje verbouwd tot hofje. Donkere steensoort, blauwe deuren, rode steen voor de binnenplaats waar picknicktafels staan. Het lijkt knus maar dan moet je ‘t wel goed kunnen vinden met je buren.

  • Villa Industria
Waar vroeger de gasfabriek en zijn gashouders stonden is nu een nieuwe wijk verrezen. Drie flats in de vorm van die gashouders en ernaast huizenblokken in het tegenwoordig veel gebruikte donkerrode steen. Op een relatief klein terrein 357 woningen met een ondergrondse parkeergarage.
Mijn stem gaat naar dit project, een mooie en nuttige bijdrage aan Hilversum.

  • De Alliantie

Jaren zeventig kantoorgebouw met grotere ramen. Het blijft saai.

  • Vivaldipark 14

Omdat de route naar deze villa door de buurt gaat waar ik, kinderverdriet daargelaten, leed aan een gelukkige jeugd, fiets langs het huis waar ik woonde tot mijn 10de. Het lijkt gekrompen en ik wed dat er op de ramen van mijn oude slaapkamer geen ijsbloemen meer staan in de winter.
Vlak bij het Mediapark staat mijn oude school. Onmiskenbaar van Dudoks hand. Over de Rudi Carrelllaan en André van Duinboulevard gaat de snelste weg naar het Vivaldipark. Hier stond vroeger Het Nieuwe Lyceum; een school voor kinderen uit de gegoede burgerij. Dat laatste werd altijd met klem ontkend, vooral door mijn zussen die daar hun diploma’s haalden.
Nu staat er een wijkje met villa’s en nummer 14 is er een van. Ik vind het niks en mis de door de architect gebezigde term ‘sculpturale expressie’.

  • Jac. Pennweg 25

Ik ben nu in de wijk Trompenberg, louter vrijstaande villa’s met Range Rovers en Porsches ervoor. Het genomineerde huis staat boven op de berg, en die is legendarisch steil. Alle fietsers vervloeken ‘m.
Het huis is een aaneenschakeling van rechthoeken en net als al die nieuwe huizen bekleed met hout. Hier spreekt de architect zelfs van een ‘museaal effect’, je moet maar durven.

  • Laanstraat-Kruissteeg

In het centrum verrijst een historisch buurtje en daar zijn vier nieuwe woningen aan toegevoegd. Op deze plek stond vroeger de synagoge, de deurklink had de vorm van een davidster.

  • MH17 monument

Hilversum werd onevenredig zwaar getroffen door het drama met de MH17. Ook ik kende een van de 15 slachtoffers die hier woonden. Het herdenkingsmonument vind ik ronduit lelijk. De zonnebloemen zijn van koper, dof en kleurloos. De kleurrijke uitbundigheid van de bloeiende zonnebloemen op de plek des onheils gaven troost.
Het voordeel is dat de zonnebloemen voor het allermooiste gebouw staan: ons Raadhuis.

Thomas van der Steen

ps de uitslag:
Vakprijs voor de Alliantie, rare jongens die architecten.
Publieksprijs voor Jac. Pennweg







donderdag 2 maart 2017

De wereld van Peter Stuyvesant (1)


    


De wereld van Peter Stuyvesant (1)


Op mijn 14e had ik een krantenwijk en eindelijk geld. Ik kon de LP’s kopen die ik wilde en ging vaak naar de bioscoop. Zo zag ik in één week een onvervalste klassieker, Amarcord van Fellini, en een pulpfilm die een cultklassieker werd, Enter the Dragon van Bruce Lee. Onbevangen was ik, en werd nog niet gehinderd door goede smaak. Ik verheugde me op de reclame vooraf, die van Peter Stuyvesant. Stoere mannen, met snorren, vlogen met hun knappe vrouwen in een Concorde de hele wereld over. Ze keken vanaf het dak van de Twin Towers over New York, skieden in Cortina d’Ampezzo en snorkelden rond Guadeloupe. En maar paffen die gasten, zo’n leven wilde ik ook!


Een handvol decennia later sta ik op spoor 5 van station Hilversum. Het is vrijdagmiddag tegen vijven en de binnenrollende trein gaat naar Schiphol. Door soaps en natuurdocumentaires wil ik met eigen ogen Australië zien en de eerste stap is gezet.
De Boeing 777 vertrekt 22.00 uur en ben ruim op tijd, het wachten begint. In de rij voor de incheckbalie, voor de bagage drop off, met mijn paspoort in een zweterige hand geklemd voor de douane en uiteindelijk voor de security check. Dat je schoenen uit moeten ervaar ik als aanranding. Daarna verzamelen bij de gate waar ik de gezichten van mijn medepassagiers taxeer op terroristisch risico. Maar 75% is Arabisch want de tussenstop naar Melbourne is Dubai dus……...inshallah.


De luchtvaartmaatschappij is Emirates en de stewardessen van dienst dragen hoofddoeken. Nou ja, aan hun rode pet hangt langs hun rechterslaap een witte sjaal, meer een symbolisch gebaar. Naar Dubai is zesenhalf uur, een niemendalletje vergeleken met het traject erna. Maar het is meteen afzien. De beklemmende ruimte, de suizende herrie van de motoren, het doorlopend naar de wc gaan van de anderen en de beloofde wifi doet het niet. Ook nog het continue gewrik van die metalen rechthoeken op wieltjes om iedereen te voorzien van een diner; het is inmiddels middernacht. Salade niçoise, lamscurry en chocolade mousse met framboos toe. Klinkt goed maar het is flauw en weinig. Het geklooi met plastic bestek en het zonder brede ellebogen kunnen eten bederft de eetlust nog het meest.
Mijn blik is gericht op het vluchtplan voor me, het vliegtuigje kruipt over de Zwarte Zee, we zijn nog niet op de helft.


Als ik Dubai International Airport betreed ben ik voor het eerst in Azië. Zo warm als het buiten is, zo koel is de ontvangst. Een legertje kleine Filipina’s dirigeert ons door middel van geschreeuw en geagiteerde armgebaren naar de ruimte waar we geacht worden te zijn. Omdat ik 4 uur moet wachten op vertrek heb ik me voorgenomen om Burj Khalifa te bezoeken. De toren is 828 meter hoog, de hoogste van de wereld. Hij ligt 2 metrostations hiervandaan, zo gepiept. Maar ik mag de transferruimte niet verlaten. Als ik mijn plan ontvouw zegt de man in uniform dat ik dan heen en terug door de douane moet en dat er geen enkele garantie is dat ik mijn aansluitende vlucht haal. Teleurgesteld vraag ik of ik ergens naar buiten kan om het wereldwonder te aanschouwen maar hij schudt het hoofd. ‘But a window to look at the tower?’, vraag ik ten einde raad. ‘Sorry sir, no windows at Dubai Airport.’
Gedesillusioneerd draai ik me om naar mijn tijdelijke gevangenis. Om me heen zie ik Rolex, Victoria’s Secret, Heidsieck en een winkel waar ze goud per strekkende meter verkopen maar het is en blijft een gevangenis. Geen Peter Stuyvesant te bekennen overigens.


Thomas van der Steen






donderdag 16 februari 2017

                                                   
                    
             Van 1803 naar 1813 en verder
                                       

Nog geen 100 meter na Laan van Meerdervoort 1803 kom ik alweer een huisnummer boven de 1000* tegen: Kijkduinsestraat 1190, het blijkt minder bijzonder dan ik dacht.
Kijkduin was afgelopen zomer in het nieuws vanwege de massale toeloop van Pokémonjagers. Maar het is eind september, alle scholen en studies zijn weer begonnen en het is een doordeweekse dag. Toch wemelt het van de - sorry, ietwat oneerbiedig - Pokémongolen. Volwassenen, ook bejaarden, zwalken met strakke blik op hun schermpjes over de boulevard. In de schaduw van de draaimolen klontert een groepje halvegaren. De uitbaatster heeft stopcontacten en de smartphones hangen gretig aan de opladers. De namen van de zeldzaamste Pokémon bepalen de conversatie. Pas maar op Zapdos en Mewtwo, ze komen eraan!

Ik laat de dwazen achter me en fiets naar het noorden. Behalve twee AOW’ers op E-bikes kom ik tot Scheveningen niemand tegen. Na het stadse gejakker en de hype van Kijkduin is de rust van het Westduinpark weldadig. Met een straffe zuidwester in de rug vlieg ik over het schelpenpad. Al gauw bereik ik de havens en als het Circustheater opdoemt sla ik rechtsaf, terug naar Den Haag.

Overal wappert het stadswapen van Scheveningen, drie haringen met een kroontje boven hun kop. De lijnrechte weg naar de stad ziet er prachtig uit. Veel bomen en de tram rijdt over een tapijt van gras. De straat wordt op de flanken begrensd door parken, links de Bosjes en rechts Zorgvliet. Als de stad begint, begint-ie goed. Een robuust hek schermt het Vredespaleis af. De strenge bewaakster laat me er niet door voor een foto. Juristen uit Afrika en Azië mogen wel doorlopen om oorloghitsers en hun beulen voor het Internationaal Hof van Justitie te slepen.
De stad is sowieso internationaal gekleurd door de vlaggenparade aan de gevels van de ambassades. Onderweg naar het centrum zie ik die van Argentinië, Rusland, Cuba, Vietnam, Guatemala en een van onbescheiden formaat, juist die van Griekenland. Erna rij ik over een plein met in het midden een groots monument. De Nederlandse Maagd viert de overwinning op de Fransen en de stichting van Nederland, het plein heet dan ook Plein 1813. Het decor dat bij een hoofdstad hoort kende ik uit Brussel, Parijs en Berlijn maar bestaat dus ook in Nederland. Amsterdam is kneuterig, Rotterdam zakelijk en modern maar Den Haag heeft historische grandeur. Dat wordt nog een benadrukt als ik langs de ingang van Paleis Noordeinde kom. Het ruiterstandbeeld van Willem van Oranje houdt fier de wacht. Op de sokkel staat Gulielmo Primo, vertaald Willem de Eerste. Zo kennen wij de Zwijger niet en doet me denken aan een discussie die ik had met een Spanjaard over de Tachtigjarige Oorlog. Ik wilde weten hoe zij die op school hadden geleerd en vroeg naar Karel V, die ik voor het gemak Carlos Quinto noemde. Na langdurig onbegrip bleek hij in Spanje Carlos I te heten.

Op weg naar het station fiets ik over het Binnenhof en dat maakt ook enorme indruk. Twee bewindslieden glippen vanuit hun dienstauto’s door de deur naar hun werkkamers maar ik herken ze niet aan hun achterhoofd. De twee torens die ik wekelijks op TV zie ogen vertrouwd.
Het station blijkt een kopstation, ook al zo mondain. Den Haag, ik kom gauw weerom.

Thomas van der Steen



* Ik ging op zoek naar een hoog huisnummer http://hobokendazzler.blogspot.nl/2017/01/1803.html en koos de Laan van Meerdervoort. Maar ik had, volgens een Hagenees, ook de Erasmusweg aldaar kunnen kiezen, die loopt tot 2303. Vriendin Natasja emigreerde naar Argentinië en woont nu op 1309 in Pérez, Santa Fe. Op de deur van Mariëlle uit Julianadorp staat 5930 en in Hoofddorp woont iemand op het duizelingwekkende 19999 maar in Hoofddorp spelen ze vals.

donderdag 19 januari 2017

1803


                        
1803

                                    

Vol ongeloof keek ik naar de TV. Richard Kimble, the Fugitive, belde aan bij nummer 3924. ‘Papa, huisnummer 3924, dat kan toch niet?’ Mijn vader, hij was in Amerika geweest, zei: ‘Alles is groter, hoger en langer daar, de straten zijn eindeloos.’ Ik was 9 jaar en vond 195, het hoogste nummer in mijn straat, al astronomisch.
Toen mijn oma haar eau de cologne sprenkelde en ik haar vroeg waarom er 4711 op het etiket stond zei ze: ‘Dat is het merk, het huisnummer van de winkel in Keulen.’
Mijn wieg stond op nummer 30 en verhuisde achtereenvolgens naar 136, 1, 69, 12, 5 en landde 24 jaar geleden op 167. Ik ben toe aan een huisnummer dat bestaat uit 4 cijfers dus op naar Den Haag, op naar de Laan van Meerdervoort!

Naar Amsterdam ga ik wekelijks, Utrecht maandelijks en Rotterdam bezoek ik ieder kwartaal wel een keer. In Den Haag kom ik nooit. Ja, ik ben eens naar Madurodam geweest en heb op de pier van Scheveningen met mijn vader en diezelfde oma een scholletje gegeten.
Als ik op mijn fiets stap voor de hal van het Centraal Station bruist de stad me tegemoet. Dynamiek hangt in de lucht, weet nu al dat ik hier vaker ga komen. Om niet te verdwalen haal ik bij de VVV een plattegrond.
Onderweg naar Laan van Meerdervoort nummer 1 doorkruis ik Chinatown. Het is een zonnige dag en kantoorpersoneel flaneert zonder jas naar hun lunchadres.
Ik wil de langste laan van Nederland van begin tot eind fietsen op zoek naar een volwassen huisnummer. Het eerste stuk is éénrichtingsverkeer meteen daarna is de weg opgebroken, de vloek van elke stad. Ik fiets over de stoep met aan weerskanten winkels en kantoren. Dan een statig gebouw op rechts: Gymnasium Haganum. Als oud-gymnasiast knik ik kort naar gebouw en pauzerende leerlingen. Tot de kruising met de Suezkade is de straat een aaneenschakeling van kapsalons, telefoonwinkels, café’s en kebabzaken.
Het karakter van de straat verandert en naarmate ik het centrum verder achter me laat wordt het almaar chiquer. Hypotheekverstrekkers, tandartspraktijken, makelaars en notariskantoren verdringen zich. Vanaf nummer 563 hebben de woonhuizen tuintjes. De tram rijdt nu door gras en een door bomen gevormde groene boog. Na de kruising met de Pioenweg op rechts geen huizen maar een park. Aan de andere kant van de weg moet nummer 1000 zijn, een ijkpunt. Ik steek over en kom bij het portiek waar dat magische nummer moet zijn maar 1000 ontbreekt! Er is ongetwijfeld een reden voor maar na 998 komt 1002.

Tijd voor een colaatje en op het terras van een door Chinezen gerunde snackbar ( bestaan er überhaupt nog chineesloze? ) is het goed toeven. Voor me een tramhalte en een winkelcentrum, achter me ruist het lover van de Bosjes van Pex.
De laan is 6 kilometer lang en ben bijna aan het eind. Aan weerszijden stadse portiekwoningen, 5 verdiepingen met een gemeenschappelijke deur die toegang geeft tot 10 huizen. Hierna weer een park, landgoed Meer en Bos. De laan wordt breder en ruimer, aan de horizon gloort bos. Links rijst een enorm 6-laags, geel appartementencomplex op, het kreeg de bijnaam Chinese Muur.
Voor het kruispunt met de Kijkduinsestraat liggen nog een paar flats. Ik stap af om het hoogste nummer te vinden. Mijn zoektocht eindigt bij nummer 1803. Hoger dan dit zag ik nooit in Nederland maar na zo’n stuk fietsen had ik op hoger gehoopt. Lichtelijk teleurgesteld stap ik weer op en buig naar rechts. De straffe wind geeft de wolken geen kans en de duinen, het strand en de zee bij Kijkduin lonken.

Thomas van der Steen

vrijdag 16 december 2016

TOP2000, versie 2016



                      
 

Special thanks to Keith, Maurice and David.

Trouw heb ik mijn lijstje ingeleverd bij de Top 2000. Ik doe dat al sinds 1999, vanaf het begin. Ik hou van muziek, van lijstjes en heb de evangelische drang om mijn uitmuntende muzieksmaak kenbaar te maken.
Een nummer moet me in de ziel raken of mij herinneren aan een diep droevige of juist gelukzalige periode van mijn leven. Om het cliché maar te gebruiken: the soundtrack of my life.
Er zijn een paar zekerheidjes, die komen elk jaar weer terug, de rest waaiert af en aan.

Zekerheden zijn:

  • God Only Knows, The Beach Boys, 1966

In 1966 was ik 8 jaar oud en hoorde meteen dat er iets aan de hand was met dit nummer. Orkest, de zware bas, drums, trompetten - bleken later hoorns - het voor mij nieuwe papapapapapapapapa en alles eindigend in een canon.
Het is gewoon het mooiste liedje ter wereld en ik ben in goed gezelschap, Paul McCartney vindt het namelijk ook. Ze vragen mensen wel eens naar de elpee die ze mee zouden nemen naar een onbewoond eiland. Met alleen dit nummer zou ik overleven.

  • She’s Leaving Home, The Beatles, 1967

Als nakomeling, mijn zussen zijn 10 en 8 jaar ouder, werd ik op jonge leeftijd al omringd door muziek. Ze waren fans van The Beatles en dat heb ik geweten. In 1967 kwam hun beste album ooit uit, Sgt. Pepper’s. She’s Leaving Home viel op omdat ik popmuziek hoorde maar geen gitaren en drums, alleen maar klassieke instrumenten. Ik was 9 en hoorde poëzie maar wist ‘t nog niet. De k-klanken in het zinnetje: to the kitchen clutching her handkerchief vielen op.

  • De Glimlach van een Kind, Willy en Willeke Alberti, 1968

Omdat mijn moeder zei: ‘luister maar jongen, hier gaat ‘t allemaal om’. Toen begreep ik haar niet, nu wel.

  • Lucky Man, Emerson, Lake & Palmer, 1970

Muziekles op de middelbare school werd afgesloten met het beluisteren van een door een leerling meegebrachte LP. De zoon van componist Tera de Marez Oyens zette de eerste LP van Emerson, Lake & Palmer op. Na veel orgel geweld begon een ballad. Greg Lake, die overleed vorige week, zong over een man die alles had en zo gelukkig was tot er oorlog kwam en hij sneuvelde. Aan het eind hoorde ik een instrument dat ik nog nooit had gehoord, het bleek de Moog synthesizer. Je hoort dat Keith Emerson de helse machine aanzet, de vloer van het lokaal trilde. De Moog dreigde, krijste, jankte, kreunde en kroop uiteindelijk als een monster weer terug in zijn hol. Ik zat vastgenageld aan mijn stoel en hapte naar adem.
Tot zijn dood, ook hij verliet ons dit jaar, heb ik Keith Emerson gevolgd en dank hem voor zijn muziek maar vooral voor de introductie van de synthesizer in de popmuziek.

  • Horse with no name, America, 1972

Door mijn focus op alles wat maar toetsen beroerde was ik vergeten hoe mooi akoestische gitaren en close harmony klonken. Dit nummer bracht me weer terug op aarde. Nadat ik het 2 keer had gehoord kon ik het meezingen.

  • Can’t hide love, Earth, Wind and Fire, 1976

Hun dubbelelpee Gratitude sleepte ik naar elk feestje. Als liefhebber van eindeloos dansen nam ik geen risico. Als de zon opkwam mengden zweet en bloed zich in mijn schoenen. Thuisgekomen plofte ik uitgeput op bed en zette voor het slapen gaan nog even het laatste nummer van de plaat op. Mooier kon de dag niet beginnen.

  • This is not America, Pat Metheny Group and David Bowie, 1985

Dit nummer hoorde ik voor het eerst toen ik de film The Falcon and the Snowman zag. Acteur Sean Penn werd door Mexico aan de Amerikaanse autoriteiten uitgeleverd. Dat gebeurde bij San Ysidro, de grensovergang tussen San Diego en Tijuana. De scène en de muziek lieten me niet los, ik moest daar ooit naar toe. Ik ging in 1992 en het was fascinerend. De Muur in Berlijn was gevallen maar hier werd er een opgetrokken. Het lichtgroen van de douane sierde de waterscooters en boten voor de kust, motoren en auto’s op het land en helikopters en vliegtuigjes in de lucht. Te voet overschreed ik de scheidslijn tussen de eerste en de derde Wereld. De San Ysidro Port of Entry is de drukste grensovergang ter wereld.
Als ik het nummer hoor denk ik altijd terug aan San Ysidro.

  • You gotta be, Des’ree, 1994

Herald what your mother said
Read the books your father read
Try to solve the puzzles in your own sweet time

Deze song is mijn motto geworden. Recht je rug, doe normaal, val anderen niet lastig met jouw problemen, denk na, blijf kalm, sterk en schaam je niet voor je tranen.

Van de bovenstaande muzikanten zijn er drie dit jaar overleden: Keith Emerson, Maurice White van Earth, Wind and Fire en David Bowie. Prince is ook dit jaar overleden maar met hem heb ik nooit iets gehad. Een aansteller met een hoog stemmetje.
Er zijn meer zekerheden op mijn lijst maar alleen al voor Gwen Stefani van No Doubt heb ik te veel letters nodig. Zij komt volgend jaar aan de beurt.

Thomas van der Steen

Emerson, Lake & Palmer


Earth, Wind and Fire

Des’ree