donderdag 10 maart 2016

Euskadi (1)

        
    
                     Euskadi (1)

Toen ik op het onchristelijke tijdstip van 5.30 naar mijn werk fietste, floot een vermetel vogeltje bibberend zijn lentelied. Hij had gelijk, het was 1 maart en meteorologisch gezien lente. Maar op mijn enige vrije dag deze week hoor ik, al voordat ik de gordijnen opentrek, het doffe geluid van natte sneeuw tegen het raam kwakken. Een seconde later zie ik natte ijskristallen een onregelmatig spoor trekken over het glas. Tot de horizon hangen loodgrijze wolken zwaar in de hemel. Ik sluit mijn ogen en mijmer over de Golf van Biskaje: de lucht kleurt nog blauwer dan de zee.

Op Boulevard des Plages in Biarritz stap ik op mijn huurfiets. Vandaag hoop ik langs de Baskische kust Donostia te bereiken. Voor degenen die het Baskisch niet machtig zijn, in het Spaans heet de stad San Sebastian. Het is nog vroeg en omdat de tocht ongeveer 50 kilometer bedraagt kan ik rustig aan doen.

Peddelend kijk ik over brede stranden naar een wilde zee. Op hoge golven balanceren poppetjes op surfboards. Als de branding uiteenspat glijden de surfers soepel het goudkleurige strand op. Hotel Miramar is wit, nieuw en ziet eruit als een cruiseschip dat het land is opgevaren. Iets verderop ligt Hotel du Palais: rood, statig en oud. Het ademt de grandeur van de badplaats uit de 19e eeuw. Op het terras nipt een man met een crèmekleurige Borsalino van zijn koffie. Op tafel staat ook een glas Calvados, een straf begin van de dag.
In dit hotel resideerden keizers, koningen en tsaren. Tsaar Alexander III liet een Russisch-orthodoxe kerk bouwen, de koepel met zijn vreemde kruis steekt boven de daken uit.
Waar het strand eindigt steekt een rots ver de zee in. Het is Rocher de la Vierge, de rots van de heilige maagd Maria. Via een loopplank, ik mag hier niet fietsen, bereik ik het beeld van de moeder met haar kindeke. Hiervandaan zie ik een kleine baai, ingeklemd tussen de rotsen. Daar ligt een stadsstrandje, de gele badhokjes uit het begin van de vorige eeuw verraden allure. Meeuwen vinden Maria trouwens ook een mooi uitkijkpunt en daardoor is er van haar maagdelijkheid weinig over.

Ik probeer zo dicht mogelijk bij de zee te blijven op mijn tocht naar het zuiden. Maar duinen en mul zand liggen in de weg, noodgedwongen fiets ik over de D810. Frankrijk mag voor velen het beloofde land zijn, de lelijkheid langs de D-wegen kent geen grenzen. Het is vaak een haag van bedrijventerreinen, benzinestations met treurige wasstraten, hamburgerketens, kleine industrie, mega-supermarkten en alle daarbij horende reclame-uitingen. Gelukkig liggen er ook chalets in de heuvels, de authentieke Baskische huizen zijn veelal wit met rode daken en luiken.

Ik passeer Bidart en Guéthary en nader Saint Jean de Luz. De straten krijgen Baskische namen, de k, z, x, q en u voeren de boventoon. Bixente Lizarazu, de legendarische en succesvolste voetballer ooit, is hier geboren. In 2001 was hij met Bayern München landskampioen, bekerhouder, Supercupwinnaar, won de Champions League én de wereldbeker. O ja, en met het Franse nationale team was hij toen regerend Europees én Wereldkampioen.
De zon is inmiddels op haar hoogste punt als ik over de kustweg eindelijk weer langs het strand fiets. Onafgebroken drupt zweet langs mijn neus en ik kan de rollende golven niet langer weerstaan. Tussen surfers waag ik me in de branding. De golven zijn huizenhoog en ik geef me willoos over aan het natuurgeweld.

Een halfuur verder ligt de grensplaats Hendaye en daar gebruik ik de lunch. Aan de kade in de haven op het terras voor La Cabane du Pêcheur eet ik een hemelse portie langoustines tot de laatste staart op. Ondanks het feit dat ik nog naar Spanje moet fietsen veroorloof ik mezelf een half flesje Muscadet. Na de koffie vlij ik me op een strandstoel en dommel weg.

Thomas van der Steen




woensdag 10 februari 2016

De Nieuwe Ooster

      




             Tot zover De Nieuwe Ooster


Omdat ik geen plezier beleef aan fietsen in de kou ben ik maar gaan wandelen. In een groot park dat de naam begraafplaats De Nieuwe Ooster draagt. De meesten zullen dat mesjogge vinden, terecht misschien, maar de namen op de stenen prikkelen mijn fantasie. Tegenwoordig zijn ook steeds meer graven voorzien van een foto van de overledene en het was Confucius die zei: ‘een beeld zegt meer dan 1000 woorden.’


Omdat ik de graven van rustende beroemdheden niet wil missen vraag ik aan Thea bij de entree om een plattegrond. Die is er en ze loopt zelfs mee de kou in om het begin van de route te wijzen.
Een breed pad slingert langs heilsofficier majoor Bosshardt, Jos Brink en Wally Tax. Dat de laatste eigenlijk Wladimir heette heb ik nooit geweten. Hij ligt trouwens niet ver van de hoek waar de Russen liggen. Het reusachtige praalgraf van de Romanovs, uitgevoerd in glimmend zwart marmer, biedt bescherming tegen een hagelbui. Van de bomen hoef ik geen beschutting te verwachten; hun kale takken zwiepen in de wind.


Het valt sowieso op dat nationaliteiten die via hun diaspora in Nederland terecht zijn gekomen ook na hun dood graag samenklitten. Ik loop door lanen met Chinezen, Armeniërs, Surinamers en Indonesiërs. Er is een apart veld voor rooms-katholieken. Sinds kort is er ook een terrein voor islamieten maar dat is zo goed als leeg. Als ik de namen op de graven lees blijken het voornamelijk bekeerde Nederlandse vrouwen. Dit veld ligt aan de rafels van de begraafplaats en Amsterdam. Even verderop zoemt de A10 die de stad scheidt van Diemen en Duivendrecht.


Op de terugweg naar café en museum loop ik door het schrijversstraatje langs Teun de Vries, Jan Blokker, Mies Bouhuys en, in zwembadpas, Theo Thijssen. Vlakbij de ingang liggen zigeuners. Koko Petalo, de enige Roma die ik bij naam ken, ligt hier begraven. Naast de zigeunerkoning ligt een te vroeggestorven gozer met naast zijn afgebeelde gezicht, een eenarmige bandiet. Omgelegd vanwege een gokschuld? Ik kan er niet omheen maar zij eren hun doden. En behalve die, ook Maria en hun trouwe Mercedes.


Suppoost Fred ontvangt me in Uitvaartmuseum Tot Zover. In de eerste ruimte de nu lopende tentoonstelling Post Mortem. Sepia kleurige foto’s van overledenen omringd door hun rouwende familie. De foto’s van baby- en kinderlijken geven mij een ongemakkelijk gevoel. Met de uitvinding van de fotografie werd deze vorm van gedenken normaal. Na 1945 werd de dood een taboe en verdween het maar is nu weer in opkomst. Op de gang hangt een kleurenfoto van een modern gezin, de moeder heeft haar dode baby in de armen. Holle ogen en lijkbleek: luguber.


In het volgende vertrek een duidelijke uitleg over de rituelen rond de dood van verschillende culturen. Van de soberheid van moslims en joden tot de uitbundigheid van Surinaamse Creolen. In een vitrine staan modellen van rouwauto’s uitgestald. Op mijn knieën kijk ik begerig naar Cadillacs, Lincolns en een witte Daimler. Er staat zelfs een model van een lijkwagen met pech. De chauffeur verwisselt een lekke band terwijl de kist schuin tegen de auto staat.


Thea wenkt Fred; ‘De Jamaicanen zijn er.’ Hij verontschuldigt zich en vertrekt. Als ik buiten ben komt de stoet aan, allen perfect in het zwart gekleed. De treurenden worden aangevoerd door halleluja zingende vrouwen. De processie stopt voor me en juist op dat moment breekt de zon door. Een oude man, grijs kroeshaar piept onder zijn bolhoed vandaan, zegt tegen niemand in het bijzonder: ‘Black cars look better in the shade.’


Thomas van der Steen


www.denieuweooster.nl

donderdag 28 januari 2016

Cartoonisten in de kou


      


                                           1307BZ Cartoon
           Cartoonisten in de kou


‘Zou je het wel doen?’, vraagt mijn vrouw bezorgd, ‘het was vannacht min 9!’ Ze heeft gelijk, het was de koudste nacht van deze winter tot nu toe en vanavond wordt de eerste marathon op natuurijs gehouden. Maar ik snak naar een rondje fietsen. Er is een zonnetje beloofd en tegen kou kun je je toch kleden?

Als ik bij station Driebergen-Zeist op mijn fiets stap wordt de zon nog omfloerst door grijze wolken. Die hebben net een laagje sneeuw gemorst. Er hangt zo’n typische witte sluier die ik nog ken van heuse winters.
Het plan is om een klein rondje in de buurt van de piramide van Austerlitz te maken. Langs de provinciale weg staan enorme herenhuizen waar hoofdkantoren van stichtingen, banken en bedrijven zijn gevestigd. Van Lanschot, het Wereld Natuur Fonds, PGGM,  Witteveen Mode, Univé, Triodos, Achmea, het houdt niet op. Sommige staan op een heuvel - voor nog meer aanzien - en hebben bevroren vijvers in de uitgestrekte tuinen. Ik draai het bos in richting Huis ter Heide en Bosch en Duin. Het bos blijkt een villawijk. Als Gooier ben ik wel wat gewend maar de huizen die hier staan zijn indrukwekkend.

In de lanen is het stil, de sneeuw dempt, er is geen mens op straat. Mijn banden laten een zwarte streep achter op straat, een traan trekt een warm spoor over mijn koude wang. Ondanks de warme kleding blijf ik rillen. Door de gladheid rijd ik voorzichtig, de fietsvreugde is ver te zoeken. Na een uurtje geloof ik het wel en draai om. In een rechte lijn fiets ik over de Slotlaan van Zeist. Bij de eerste de beste gelegenheid waar de koffie warm is stap ik af. Na twee ouderwetse bakkies, geen barista te bekennen, kom ik langzaam bij. Een poster maakt melding van een expositie over de tekenaars Yrrah en Peter van Straaten. De tentoonstelling blijkt in Slot Zeist, aan het einde van de straat.

Het voormalige lustoord heeft een vorstelijke oprijlaan. Het 17-eeuwse buiten kreeg het Nederlandse Versailles als bijnaam. Ik ben de enige bezoeker en word enthousiast ontvangen door vrijwilligers die veel musea in Nederland open houden.
In mijn jeugd vielen zowel Het Parool als Vrij Nederland thuis door de bus, beide tekenaars zijn mij bekend. De tekeningen van Peter van Straaten zie ik nog wekelijks, altijd kommer en kwel. De hernieuwde kennismaking met Yrrah bevalt mij zeer. Elke geëxposeerde tekening ken ik nog. De pronte vrouwenlijven, een bespotte Jezus en de mislukte zelfmoorden, zalig. Dat ik ze mij nog allemaal kan herinneren is geen straf, integendeel, ik herleef de verwondering die ik had toen ik 14 was.
De tekeningen van van Straaten zijn gedrenkt in alcohol en walmen sigarettenrook. Glimlachend verlaat ik de tentoonstelling.


Als ik buiten kom schijnt de zon volop. Hij daagt me uit om nog een rondje te fietsen maar ik laat me niet verleiden.


Thomas van der Steen

donderdag 14 januari 2016

Fiets onder stroom

      



                  Fiets onder stroom



Als ik mijn plannen voor de dag ontvouw aan de balie van rijwielverhuurbedrijf ‘t Zinkviooltje word ik met een brede armzwaai doorverwezen naar Sjeng. Ik ben in het uiterste zuiden van Nederland en wil een fietstocht maken door Limburg en de Voerstreek. Omdat de charme van klimmen mij vreemd is veroorloof ik me vandaag een fiets met elektrische hulpmotor. Sjeng blijkt chef E-bikes van het bedrijf te zijn. Als ik naar de witte vegen op zijn gezicht staar merkt hij op: ‘tja, factor 50, gevoelige huid en ik moet nog de hele zomer mee.’ Hij wijst me op de tot de nok gevulde accu’s in de fietstassen en de indicator die de aangeeft hoeveel prik er rest. Als ik me als een gemiddelde fietstoerist gedraag zal ik 50 kilometer lang hulp krijgen.

Langs de Geul fiets ik door haar dal. Het zandpad loopt op en het is net of ik een duwtje in mijn rug krijg. Ik moet even wennen aan het feit dat ik sneller stijg dan verwacht. Ik verlaat de rivier en Nederland. Heuvels en dalen glooien onophoudelijk in de Voerstreek. Op elk kruispunt in deze katholieke streek lijdt Jezus aan een houten kruis. Ik ben er dol op en moet me beheersen niet telkens af te stappen voor een foto. Die obsessie deel ik met Madonna trouwens. December vorig jaar was ik bij haar concert en crucifixen waren nooit ver. Naar het schijnt heeft het iets met onze katholieke moeders te maken.

Mijn eerste pauze houd ik bij Henri-Chapelle American Cemetery and Memorial. De sandwich au beurre, jambon et cornichons smaakt delicieus. Hiervandaan is het uitzicht op 8000 oogverblindende witte kruisen - weer kruisen - op 20 hectare gemaaid gras overweldigend. Net als bij ons in Margraten liggen de Amerikaanse G.I.’s hier, rij aan rij.

Na de lunch fiets ik weer naar het noorden. Langzaam daalt de weg. Ik kan de verleiding niet weerstaan om, met elektrische hulp, zo hard mogelijk te gaan. Maar bij 58 km/uur knijp ik angstig in de remmen. Aan de horizon ligt het dorp Moresnet, een staatsrechtelijk fenomeen. Een eeuw lang lag hier Neutraal Moresnet, een onafhankelijk landje, niet groter dan het huidige dorp. De hoop op een gedenkplaat of in ieder geval iets tastbaars over de geschiedenis van het dwergstaatje blijkt ijdel, ik vind niks. Wel verheft zich een ellenlang spoorwegviaduct boven het dorp. Gebouwd door de Duitsers tijdens de Eerste Wereldoorlog om kanonnen en soldaten naar het front te slepen, nu een economische overspanning tussen Antwerpen en Aken.

Her en der liggen hoeves in het Limburgse land. Als er geen auto’s op de binnenplaatsen zouden staan waande ik me in de 19e eeuw. Onafgebroken blijft het op en af gaan en ben inmiddels zielsgelukkig met de hulp bergop. De spanning van de accu’s loopt wel angstaanjagend snel terug. Het wordt tijd om terug te keren naar ‘t Zinkviooltje. Op een bospad tussen Teuven en Sippenaken staat een gedenksteen ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de Dodendraad. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bouwden de Duitsers een afscheiding tussen België en Nederland om onze zuiderburen te beletten naar ons land te vluchten. Ik dacht dat de Draad des Doods alleen in Zeeuws Vlaanderen knetterde maar hij liep van Cadzand tot Vaals. De elektrische spanning op deze plek bleek fataal voor 22 mensen.

Met totaal uitgeperste accu’s lever ik de fiets weer in bij Sjeng; hij is nog steeds op zijn post. Ondanks het feit dat ik mij nog piepjong voel - maar niet ben, 58 alweer - is al het verzet tegen de E-bike verdwenen. Althans, als er onafgebroken geklommen moet worden.

Thomas van der Steen

donderdag 3 december 2015

              


Fietsen over de snelweg


Toen ik las dat tussen Arnhem en Nijmegen een fietssnelweg was geopend moest ik er heen. Het zogenaamde RijnWaalpad - pad vind ik trouwens niet erg snel klinken - is een initiatief om het autogebruik van forensen tussen beide steden terug te dringen. Er wordt een snelfietsroute beloofd met glad, roodgekleurd asfalt, overal voorrang, goede bewegwijzering en LED verlichting. Al die verleidingen lonkten maar de herfst begon onstuimig. Toen ik de tocht in gedachten al naar het voorjaar had verplaatst hoorde ik een weerman jubelen over oplopende temperaturen in het zuiden. Nou is Arnhem de zuidelijkste stad van het noorden en Nijmegen de noordelijkste van het zuiden dus ik waagde het erop.

Over de hobbelige Rijnkade bolder ik naar de Nelson Mandelabrug. Daar steek ik de Rijn over en laat Arnhem achter me. Aan de overkant gekomen kan ik kiezen voor de snelweg maar zie er van af. Het is vroeg en de wind komt uit het zuiden. Ik kies voor de landelijke, toeristische route om dan vanmiddag met  rugwind van Nijmegen terug over de snelweg te denderen. Bovendien is  fietsen langs de rivier fantastisch. Rechts en voor me het Gelderse land, links de Nederrijn die zich door zijn loop ploegt met erachter de verrijzende stad. Als ik de rivier verlaat kom ik in Huissen. Op een bankje geniet ik van de beloofde zon. Maria waakt met gevouwen handen en indringende blik over me; veiliger wordt het niet.
Als ik langs de hier ontspringende Linge fiets blijken de boomgaarden talrijk maar kaal. Omdat ik me altijd maar blind staar op die bloesem zie ik nu pas hoe mooi de Betuwe is zonder al die uitbundigheid. Door de polders en langs dorpjes - Gendt, Zandvoort, waar ben ik? - zet ik koers naar de Waal. Alle boeren zwaaien naar me.

Op het Joris Ivensplein in Nijmegen lunch ik samen met pauzerende gymnasiasten. Plato, Seneca of Vergilius ontbreken, het is Enzo Knol voor, Miley Cyrus en de Kardashians na. Het gedicht van Joris Ivens op het monument is dan ook niet aan hen besteed, dat komt later.

Dikwijls, ver weg,
bleef Nijmegen, mijn jeugd,
toch dicht bij mij

Langs Kronenburgpark koers ik naar de oprit van de snelweg. Tussen flats gaat het gelijk omhoog, de spoorbrug op. Samen met de trein steek ik de Waal over. Als ik over mijn rechterschouder kijk zie ik de contouren van de stad zweven in de heiige lucht. Aan de rivier gebeurt van alles en nog wat. Er wordt een bypass ontsloten die de omwonenden moet behoeden voor natte voeten. Een nieuwe voet- en fietsbrug wordt gebouwd en aan de noordoever schiet een nieuwe wijk uit de grond.
Van de brug dalend maak ik vaart en ben vastberaden om pas in Arnhem in de remmen te knijpen. Maar het Rijnwaalpad en ik raken in Lent verstrikt in de chaos van nieuwbouw. Als ik de Genesisstraat inrij kan mijn dwaling niet lang meer duren. Via de Exodusstraat en het Openbaringsplein zal de weg naar Arnhem niet ver meer zijn. Maar de eerste zijstraat heet Oasisstraat die weer uitkomt op Coldplaystraat. De Top2000 negerend rijd ik naar het noorden en pak de route weer op.
Langs de autosnelweg maak ik rappe kilometers. De lantaarns en verlichting in de tunnels zijn vormgegeven als de schakels van een fietsketting. Met de zon op de kop en wind in de rug krijg ik het warm. Ik worstel me uit mijn jas en peddel in T-shirt voort, het is november. De John Frostbrug doemt op en is vandaag allesbehalve een brug te ver. Binnen 40 minuten ben ik, ondanks oponthoud, van stadsgrens tot stadsgrens. Door de traditionele ANWB-borden laat ik me naar het nieuwe station van de provinciestad wijzen. Het is net, zoals zoveel nieuwe architectonische creaties, of er een verdwaalde UFO geland is. Maar als ik op perron 11 wacht op de Intercity naar Den Helder moet ik staan; er zijn op het hele perron slechts 6 zitplaatsen.

Ik heb makkelijk praten, ik woon 5 minuten fietsen van mijn werk. Mocht ik in een van de steden wonen en in de ander werken, zou ik vast wel eens gaan fietsen. Bij mooi weer en terug wind mee.

Thomas van der Steen




woensdag 11 november 2015

A horse, a horse, my kingdom for a horse



1303VG Horse

  A horse, a horse, my kingdom for a horse!


Op 16 oktober 1985 was ik met drie vrienden in Brussel. Nederland moest zich via een uit- en thuiswedstrijd tegen België plaatsen voor het WK-voetbal in Mexico. Het was de eerste internationale voetbalwedstrijd in België na het Heizeldrama en de geesten van de 39 in mei gestorven supporters spookten boven de hoofdstad.
Vanuit de warme en schuimende taveerne doken we een ijzige sfeer in. Een leger van gendarmes, uitgerust met knuppels, schilden en helmen, vormden een menselijke corridor naar het uitvak. Achter hen stond om de 10 meter een ME-busje en politie te paard torende boven de helmen uit. De grimmige Belgen veroorzaakten bij ‘den Ollanders’ juist een jolige kwajongenssfeer. Er werd gezongen, geprovoceerd, geduwd en getrokken. Door een zet in mijn rug struikelde ik. In plaats van dat de flikken pal stonden brak de ketting bij de zwakste schakel. Ik viel op de grond in niemandsland en keek verschrikt omhoog. Tegen de lichtmasten verrees een duivels silhouet. Een immens paard, steigerend en briesend. Uit zijn neusgaten spoten wolken warme adem de herfstlucht in. De agent in het zadel krijste een commando en voorkwam ternauwernood dat ik vertrappeld werd door vier dreigende hoeven.
Bibberend van angst stond ik op en voegde me weer bij mijn vrienden. Op de tribune - Kieft kreeg binnen een minuut een rode kaart, Oranje verloor, de Rode Duivels gingen naar Mexico - ontwikkelde ik een angst voor paarden van wetenschappelijke omvang: equinofobie.

Nét geen 30 jaar later loop ik in Utrecht over de Oudegracht. Ik ben op weg naar de première van de film Perfect Horse, een documentaire van Hans Fels. We kennen elkaar van mijn werk en hij heeft me, onbekend met mijn vrees, uitgenodigd.
De film gaat over het befaamde paardenras Lippizaner, de schimmels van de Spaanse Rijschool uit Wenen. Vanaf de eerste beelden word ik het verleden ingezogen. Alles ademt de sfeer van de Habsburgse monarchie die al in 1918 ten onder ging. Aan auto’s , horloges en mobieltjes zie ik dat het toch echt 2015 is. Het is precies wat de maker ons wil laten zien: deze wereld van fokkers en trainers verzet zich manmoedig tegen de moderne tijd. Want hun moeizame streven naar het perfecte paard wordt vereenvoudigd door de techniek van DNA en klonen. Maar wat gebeurt er dan met de eigenzinnige en persoonlijke karakters van de paarden?
De beelden zijn weergaloos. Als de paarden over de alpenweiden galopperen zweef ik in de lucht boven ze, ik kan hun wapperende manen bijna aanraken.
We zijn er ook bij als een rijpe merrie wordt gedekt door een hengst. Hij wordt door fokkers achterop geholpen, zelfs het richten doen zij, de merrie staat gefixeerd tussen schragen, Een zucht later is het voorbij en zijn geloken zwengel wordt secuur afgesopt door een stalknecht.
De paarden komen tot leven op het doek en ik ben na afloop gerustgesteld; het zijn net mensen.

De volgende ochtend moet ik me melden in mijn stamkroeg. Een vriend heeft zijn maatjes uitgenodigd voor een dagje uit, bestemming onbekend. Onze vriend heeft goede zaken gedaan met Arabieren ( de mensen, niet de paarden ) en laat ons meedelen in zijn succes. Als we onderweg zijn en het busje volgt de borden Den Haag ben ik gerustgesteld. Een dagje flaneren over de Scheveningse boulevard met een drankje en een visje staat me wel aan. Maar in de stad buigt de bus naar rechts en komt tot stilstand op het parkeerterrein van Renbaan Duindigt…... wéér paarden!
De lucht is strakblauw, het gras groen en de hekken wit. Op het terras voor de baan worden we rijkelijk voorzien van consumpties, ik kom de dag wel door. De koersen beginnen, het publiek stroomt toe. Na een gesprek met de moeder van een van de vrouwelijke jockeys raak ik geïnteresseerd. Ze tipt haar dochter als winnaar van de volgende race. Als ik de naam van haar paard - Carl Lewis, met die naam kún je niet verliezen -  in de wandelgangen hoor rondzoemen, begeef ik me naar de wedkassa. Maar Carl verliest en ik ook. De volgende koersen besluit ik op het paard in te zetten met de mooiste naam. Maar Zeb de Legume, Governess Boko, Danseur Vivant noch Transamerica As wint. Als ik me weer teleurgesteld meld bij de kassa zegt de goocheme werkstudent, ‘paarden zijn slimmer dan mensen, ik heb nog nooit een paard failliet zien gaan omdat ie gokte op een mens.’

De laatste koers wordt gesponsord door onze weldoener en hij mag de prijs uitreiken aan de winnaar. ‘Kom mee mannen, leuk voor de foto.’ Weifelend loop ik mee naar de stralende jockey op zijn Freule Idzarda. Omdat ik als laatste arriveer, kom ik vlak naast het paard te staan. Ik overwin 30 jaren angst en beklop moedig haar schoft. Freule knikt me liefdevol toe. Het is weer goed tussen mij en de paarden.

Thomas van der Steen

De film Perfect Horse draait nog op sommige plaatsen in de provincie en wordt - in verkorte versie - 28 december op tv uitgezonden. http://perfecthorsethemovie.com/

http://www.renbaanduindigt.nl/




donderdag 15 oktober 2015




                   
1301BZ Merci

Kaap’ren varen


Af en toe trekt een zomers evenement extra aandacht omdat het nieuw of zeldzaam is. SAIL is daar een goed voorbeeld van, het is maar eens in de 5 jaar. Voor de negende keer sinds 1975 werd SAIL georganiseerd en ik was er nooit bij.

Op de eerste dag van het 5-daagse zeilschepenevenement rijd ik met de auto over de A9. Het is 19 augustus en ochtendnevel hangt in de lucht. Soms komt uit het grijze zwerk een vliegtuig tevoorschijn. Bij Zwanenburg loopt het verkeer vast en word ik omringd door louter grijze bollen met fietsen achterop de auto. Ik neem de eerste de beste afslag om snel op de fiets te stappen. Maar de drukte houdt hier niet op, die wordt alleen maar erger. Overal geparkeerde auto’s, verkeersregelaars met de handen in het haar, boeren die met hun tractoren door de berm ploegen om bij hun land of vee te komen. Langs de Ringvaart vind ik per ongeluk een plekje en kan eindelijk gaan fietsen. Er staan borden die de fietsers de weg naar het evenement wijzen maar die negeer ik. De volgzame horde is zonder einde. Ok, ik rijd dan een stukje om maar ben alleen in de polder. Vanaf de dijkweg kijk ik uit over het meertje Mooie Nel en de rivier de Spaarne. De rust eindigt in Spaarndam; het dorp barst uit zijn voegen. Zijkanaal C - ja sorry, zo heet het - is van oever tot oever gevuld met boten, allen opstomend met de neus richting Noordzeekanaal. Langs het kanaal een stoet wandelaars en fietsers, de trek neemt de vorm aan van een volksverhuizing. Op het water wordt de eerste toost van de dag uitgebracht, het is half elf.
De laatste brug voor het grote kanaal staat zwart van de mensen. Het lijkt wel weer 1988 toen Oranje Europees Kampioen werd. Zo langzamerhand besef ik dat het moeilijk wordt vandaag de massa te ontwijken. De zon klimt en de sturen van de geparkeerde fietsen blikkeren in de zon.

Ik sla linksaf en fiets de ‘tallships’ tegemoet. Af en toe zie ik een kraaiennest boven de toppen van bomen voorbij glijden. Eindelijk kom ik bij een open plek op de dijk die een breed uitzicht geeft over het kanaal. Maar ook hier is het druk, druk, druk. Families met stoelen en tafels, rijendik. Ik heb nog nooit zo veel thermosflessen en krentenbollen bij elkaar gezien. En dientengevolge wespen. Nadat ik de Alexander von Humboldt II met zijn groene zeilen heb gezien geloof ik het wel.

Ik fiets langs het kanaal naar Velsen. Eigenlijk wil ik hier oversteken om daar weer richting Amsterdam te gaan. Maar ik ontvlucht de gekte en neem het Groene Laantje. De naam belooft natuurschoon. Aan het eind vind ik pas echt stilte. Hier is begraafplaats Westerveld in Driehuis. Ik stap af voor een ommetje. Het blijkt een park tegen en in de duinen. De paden kronkelen niet alleen van links naar rechts maar gaan ook op en af. Veel stenen van zwart marmer met gouden letters, de namen onmiskenbaar Chinees. Als liefhebber van mooie namen kan ik hier mijn hart ophalen. Aan mijn voeten ligt de in 1943 door de Duitsers gefusilleerde W. T. Pahud de Mortanges, toentertijd 21 jaar oud. Ik weet dat hier veel bekende Nederlanders zijn begraven maar heb geen plattegrond en dool verder. De zerk op de tijdelijke rustplaats van Pim Fortuyn zie ik wel. Naast een enkele verdorde bloem ligt een doos Merci chocolaatjes. Het beeld vertedert me.

Door de bossen van Santpoort, langs het beeld van Hansje Brinker in Spaarndam en door de polders van Spaarnwoude peddel ik moederziel alleen terug naar mijn auto. Over 5 jaar sla ik SAIL 2020 over.

Thomas van der Steen