zondag 29 oktober 2017

Sensa's eerste rit

Sensa’s eerste rit



Ben ik nou zenuwachtig? Lopend naar de fietsenwinkel betrap ik mezelf op onrust in de kop en een vurig verlangen in het lijf. Wikkend en wegend heb ik een nieuwe fiets besteld en eindelijk staat-ie voor me klaar. Tussen ‘klik en bestel’ en deze dag liggen acht lange maanden.
Als ik me bij Ryan meld in de stenen versie van de webwinkel komt hij al gauw terug uit het magazijn, de inktzwarte Sensa Cintura Belt Drive geruisloos rollend naast hem. Ik pak ‘m over en spring erop. Ik lap het geldende fietsverbod aan mijn laars en flits het centrum uit.

Het voornemen is om naar Spakenburg te fietsen. Tijdens het stukje door Hilversum denk ik voortdurend: jullie zien mij toch wel, op mijn nieuwe fiets? Als ik op de hei naar de 7 van de Shimano Alfine schakel, stuift het zand op. Dezelfde horizon die de kaasboer onderweg naar de markt zag in 1823 zie ik nu. Op de Brink slalom ik tussen de cabriolets door op weg naar het tunneltje van Eemnes. Als een speer rep ik me door de polder naar het pontje over de Eem.

Als ik in Spakenburg aankom is het godgeklaagd druk. Het is Visserijdag en de rij voor de kibbeling is langer dan me lief is. Ik zoek mijn heil bij de supermarkt maar als ik afstap bedenk ik me:
  1. mijn fiets is 1 uur oud.
  2. hij kost €1099,-
  3. weegt maar 13 kg
  4. en heeft enkel een AXA-slotje
Ik schiet twee lummelende jochies aan en bied ze ieder een energiedrankje voor bescherming van de zwarte parel, het lijkt wel een scène uit de Sopranos. De gretigheid waarmee ze op mijn aanbod ingaan doet me even twijfelen maar gok op hun godvrezendheid. Terecht, bij terugkomst staat de Sensa er nog, de Graaf en Koelewijn junior staan er toegewijd naast.
Als ik over de dijk huiswaarts fiets kom ik langs een openlucht-expositie ‘De Kracht van Spakenburg’. Enorme foto’s van de thema’s van de vissersgemeenschap - vis, voetbal, brood, familie en geloof. De 18 billboards tonen aan deze kant het verleden, aan de andere kant het nu. Op de voetbalfoto van weleer herken ik de aanvoerder van Spakenburg. Het is Bert Koops, nu wethouder en loco-burgemeester en dat is illustratief voor een dorp. Er lopen net twee jonge vrouwen in klederdracht langs het thema ‘Vrouwen’. Ze kijken niet, ze checken hun iPhones. Glimlachend buig ik me over het brede stuur en maak vaart.


Al mijn fietstochten die de Leunstoel tot nu toe haalden, zijn gemaakt op een Gazelle Davos, enkele uitzonderingen op een OV-fiets daargelaten. Die Gazelle was uiterst comfortabel: voorvorkvering, zacht zadel, 8 versnellingen, trommelremmen en een fietstas met bloedsuikermeter, druivensuiker, insulinepen en diverse versnaperingen. Mijn gemiddelde snelheid was 19 km/h, ik zat ietwat rechtop en had daardoor ruim aandacht voor de omgeving.
Op mijn Sensa ga ik als vanzelf harder - gemiddeld 5 km/h - en zit meer voorover op een spijkerhard zadel. De remmen zijn hightech: hydraulische schijfremmen. Er is geen ketting, althans, niet zoals wij ‘m kennen. De aandrijving komt tot stand door een kunststof riem. Een nieuwe techniek met alleen maar voordelen…...zeggen ze.

Het is vanzelfsprekend nog wennen maar ik hoop dat het sportieve het beschouwende niet verdringt.

Thomas van der Steen




donderdag 12 oktober 2017

Amsterdam Noord

       

       
                                   Schellingwouderkerk


      Weer Amsterdam Noord

Twee Leunstoelen geleden was Katharina Kouwenhoven in Amsterdam Noord, nu ben ik er. De wijk die decennialang een slechte naam had is ineens booming. De vele festivals, nieuwe restaurants en neergestreken creatievelingen maken het stadsdeel cool.
Aan de andere oever van ‘t IJ was ik wel vaker. De dag voor de kroning van onze koning in 2013 bijvoorbeeld, om de voorbereidingen van de Koningsvaart te zien. De dag dat A’DAM Toren zijn liften opende voor publiek stond ik vooraan, even later lag Amsterdam aan mijn voeten. En laatst was ik bij het NK Schaken in de Tolhuistuin om rijzende ster Jorden van Foreest te zien. De piepjonge grootmeester dacht zo lang na over een zet dat ik al gauw in de zon aan het bier zat. De bedrijvigheid op ‘t IJ beviel me beter dan staren naar een statisch schaakbord.
Bovengenoemde locaties zijn op spuugafstand van elkaar; tijd om de grenzen te verleggen.

Het is zaterdagochtend en het zomert lekker na. Het is vroeg dus het strand van Blijburg is nog uitgestorven. Langs het water fiets ik naar de Enneüs Heermabrug. Neerlands saaiste politicus gaf zijn naam aan een frivole brug. Amsterdammers vinden Beha of Cup IJ trouwens beter klinken. Even verderop ligt de Schellingwouderbrug en dat is gewoon een brug. Als ik op het hoogste punt stop, heb ik een fantastisch uitzicht over de stad. Hier begint Noord en begint meteen goed. Het dorp Schellingwoude heeft zijn oude karakter behouden. Een kerk, dijkhuisjes, een voetbalclub en een jachthaven met sluis.  
Naadloos fiets ik het volgende dorp in: Nieuwendam. Hier staan op de dijk zelfs houten huizen - de kapiteinshuisjes - met klokgevels in alle kleuren. Pas als ik door het park fiets en jonge vrouwen afgebeuld zie worden door hun bootcamp instructor weet ik dat het 2017 is.

Opeens is de idylle over. Grauwe huizenblokken en portiekflats rijgen zich aaneen. Pas als ik Kadoelen bereik wordt het weer mooi. Ik ben hier omdat er een dierenbegraafplaats is. Ik hoop op kitscherige grafstenen met dito grafspreuken. Maar niks, het is een leeg grasveld met in de hoek een strooiveld. Aan de rand van de weide staat een standbeeld van een olifant. Ik hoop maar dat er genoeg gravers waren om Dombo te begraven. Ik verlaat - lichtelijk teleurgesteld - de begraafplaats tot ik bij de uitgang een vaasje zie. Aan de stengel van een dooie bloem hangt een briefje. ‘Lieve Toby, ik mis je’.

Het fietspad richting IJ loopt langs water, vanzelfsprekend, water is hier nooit ver. Hoe dichter bij de oever, des te harder beuken monotone klanken me tegemoet. Geluidstechnici testen hun installatie alvast voor het festival dat straks losbarst. Ik hoop maar dat er genoeg te drinken en te slikken is want het decor is troosteloos. Een zandvlakte wordt afgebakend door met zwart plastic beklede hekken en schots en scheef op elkaar gestapelde zeecontainers. Die zijn verroest en beschilderd met onooglijke graffiti. En dan ook nog die teringherrie!

Noord viel niet tegen, allesbehalve. De tip van Katharina om de Noorder Begraafplaats te bezoeken kwam te laat, het geeft me een goede reden om hier nog eens te fietsen. Als ik maar niet naar zo’n festival hoef.

Thomas van der Steen







donderdag 28 september 2017

Don Quichot

             
Don Quichot
  ‘Nee Heer, het zijn molens, geen reuzen’.*

Toen ik voor de eerste keer de molens van Kinderdijk zag had ik de kinderen mee. Ze waren piepjong en verheugden zich op het beloofde boottochtje langs de oud-Hollandse iconen. Maar hun verlangen naar het uitnodigende water rond de boot dempte alle aandacht voor het Werelderfgoed.
Tijd om nog ‘ns te gaan kijken, nu alleen. Don Quichot ging op zijn paard Rocinante op molenjacht, ik op mijn Gazelle.

Ik dacht dat Kinderdijk ergens achter Rotterdam lag maar dat blijkt mee te vallen. Als ik in Schoonhoven opstap ligt het op een uur fietsen, de Lek stroomafwaarts. Omdat Schoonhoven een inwisselbare naam heeft wist ik er niks van. Het blijkt een sieraad, ze noemen zich de Zilverstad. Het stadje heeft monumentale gevels, een haventje met ophaalbrug en de allermooiste watertoren van Nederland. Het Zilvermuseum is nog dicht want het is zondagochtend. Door de stadspoort daal ik af naar de Lek. Langs de rivier ploeter ik tegen de westenwind op. Bij Bergstoep kan ik even uitpuffen als ik op het veer wacht.
Aan de overkant heb ik een machtig uitzicht op gebeeldhouwde wolken die dreigend naderen. Het blijft bij een spettertje hier en daar. Bij Streefkerk is de dijk voor alle verkeer gesloten, zelfs voor mij. De omweg blijkt een zegen: ik ben alleen, het fietspad is lang en smal, aan beide kanten staan knotwilgen en als bonus breekt aan het eind de hemel open.

Terug op de dijk word ik ingehaald door auto’s met buitenlandse kentekens, de Duitse zijn in de meerderheid. Maar bij het bezoekerscentrum verliezen de Duitsers het van Aziaten want die zijn met de bus. In de souvenirshop koop ik een colaatje. Voor me moet een Chinese man zijn naam invullen op een formulier omdat hij een fiets wil huren. Als ik mijn drankje afreken zie ik dat er Nam Kee staat. ‘Kijk nou hoe die kerel heet, Nam Kee’, zeg ik tegen de bijklussende scholier achter de balie. ‘Ja, dús?’

Door de massa zoek ik mijn weg. Ik laveer langs Arabische families met slierten kinderen, groepen bejaarde Fransen en als schoolmeisjes geklede Japanse vrouwen. Laat ik me wéér afleiden van de molens. Verderop wordt het rustiger en nu hebben ze mijn onverdeelde aandacht. Bij een hangt wasgoed te wapperen aan een waslijn en dat beeld doet me terugdenken aan de door mij verslonden Kameleon-reeks.

Ik laat 19 molens en duizenden toeristen achter me. Gedragen door de westenwind snel ik langs sloten terug naar het oosten. Als ik onder hoogspanningskabels fiets, kijk ik op naar de imposante masten waaraan ze hangen. De reuzen staan in een rechte lijn tot aan de horizon. Komen toeristen over 300 jaar hier ook naar kijken?

Thomas van der Steen

* Sancho Panza tegen Don Quichot in Cervantes’ Don Quijote.

donderdag 31 augustus 2017

Over dijken, dijken en dammen








     
 

     
                                                                          Edam








Over bruggen, dijken en dammen

Vijf jaar geleden zag ik een foto van een nieuwe brug, de Melkwegbrug in Purmerend. De architecten hadden zich uitgeleefd. Ze hadden geen eenvoudige verbinding tussen de oevers van het Noordhollandsch Kanaal gebouwd, nee, pure kunst was verrezen. Het fietspad in een Z-vorm en voor voetgangers een 12 meter hoge boog eroverheen. De foto was genomen bij ondergaande zon met een rimpelloos kanaal. De weerspiegeling van de boog in het water vormde een perfecte ellips. Ik ben voor minder op mijn fiets gestapt.

Als ik langs het kanaal naar Purmerend fiets denk ik terug aan de zomers van 1975 en ‘76. Die twee loeihete zomers werkte ik bij een bollenboer. Op mijn Tomos reed ik destijds van Hilversum naar Slootdorp. Die reis naar het einde van de wereld ging, net als nu, door een intens saai en onafzienbaar polderlandschap. Ik ben dan ook opgelucht als ik Purmerend bereik.
De brug is natuurlijk een afknapper, de zon gaat niet onder en het kanaal is allesbehalve een spiegel. De boog hangt zinloos in de lucht, welke gek neemt 130 treden als je ook gewoon het gelijkvloerse fietspad kunt nemen?
Behalve deze vaste brug tref ik onderweg door de forenzenstad een ophaalbrug en die staat open. Mijn ongeduld speelt al na een minuut op maar als ik zie dat pubers hun scooter uitzetten leg ik mij neer bij het  onvermijdelijke. Lijdzaam kijk ik naar het gezapige tempo van de dobberende bootjes met hun overdreven bruine opvarenden.

Over de Oostdijk fiets ik naar het noorden. Het decor is nog altijd polders maar nu gevarieerd. Bij het bordje Verloreneinde - het staat er echt - durf ik niet verder en draai rechts de dijk richting Edam op. Halverwege ligt Kwadijk en het kerkje lijkt ontsnapt aan een modelspoorbaan. De dijkhuisjes liggen er schattig bij, hun tuinen worden onberispelijk bijgehouden. De sfeer is landerig en dorps; ik tref één mens, een hondenuitlater.

Aan het eind van de dijk ligt een paradijs en het heet Edam. Het is maandag en omdat de kaasmarkt alleen op woensdag wordt gehouden is het hier nu ook stil. Als enige geniet ik van straatjes met kinderkopjes, houten huisjes, steegjes, bruggetjes en doorkijkjes. Aan het Oorgat ligt een minuscule Joodse begraafplaats, het telt maar 14 graven. Langs de metershoge dijk langs het IJsselmeer bereik ik Volendam en opeens is het gedaan met de rust.

Op parkeerplaatsen lossen bussen eindeloze zwermen toeristen. Een groep Israëli’s, hun g-klank verraadt ze, belemmert mij de doorgang. Ik ken 3 woorden Ivriet: abba, shalom en hamesh ( waarom ik het telwoord 5 ken weet ik ook niet ) en denk door luid shalom te roepen de groep zal splijten als de Rode Zee. Maar niks, ze draaien alleen verbaasd hun hoofden.
Ik heb het thuisfront gerookte paling beloofd maar dat gaat niet vanzelf. De hele wereld lijkt neergestreken in het vissersdorp en ik moet verder met de fiets aan de hand. Bij het monument ter nagedachtenis van de cafébrand houd ik even stil. Toentertijd wilde een vriend persfotograaf worden en hij was ter plaatse op 1 januari 2001. Uiteindelijk bleek accountancy beter bij zijn profiel te passen. In de viswinkel tref ik de Israëli’s weer. Ze spreken geen woord Engels, de gids een beetje en de misverstanden buitelen over elkaar. De struise blondine achter de balie doet trouwens haar uiterste best om ze vooral niet te begrijpen. Tegen een collega verzucht ze: ‘Ik word gek van die gasten.’ ‘Ja meid’, reageert de collega, ‘als je niet kan zingen eindig je in de vis.’


Thomas van der Steen









woensdag 16 augustus 2017

Elvis at Graceland



                            


                         Elvis at Graceland

Woensdag 17 mei

                                         ‘I’ll stay in Memphis’
                                                     Elvis

                                  
                                                   The Graceland Mansion

Op de dag dat ik een bezoek aan Graceland heb geregeld - en betaald, $128,00 - verslapen we ons. Dat bezoek begint 13.15 precies en het is nog tweeënhalf uur rijden. We moeten ook nog dumpen want alle meters staan in ‘t rood. Wat dumpen precies is laat ik achterwege maar het is vies. Snel de Musical Highway op, wat wil je, hij loopt van Nashville naar Memphis. Veel wind vandaag en die bak vangt veel wind. Auto van de sheriff achter me, zwaailicht, sirene, the works. ‘License brother’ vraagt hij heftig kauwend met zijn zonnebril op. Ik moet in mijn lane blijven voortaan. Het blijft bij een waarschuwing, phew.
Graceland RV park and campground had ik telefonisch geregeld en omdat we een piepkleine RV hebben kunnen we terecht op het veld voor tenten. Ik ben totaal opgefokt want ik heb nooit een bevestiging van mijn Elvis-reservering gekregen en het is al 12.45. Op haar gemakkie gaat B. doodleuk een boterham smeren, op het begrip tijd staan onze visies nou eenmaal diametraal. Maar alles komt goed, Ashanique stelt me gerust. Eerst zien we een docu van 10 minuten over the King. Het is Elvis op zijn best en B. op slag verliefd. Daarna in de rij voor een shuttle die ons naar The Mansion brengt, die 350 meter verderop is. Het huis is überkitsch, laat dat maar aan Elvis over. Ook nog in de stijl van de seventies, dat maakt het er niet beter op. We lopen langs de huiskamer en de slaapkamer van zijn ouders. Daarna mogen we door de TV- en poolkamer lopen. En door de keuken waar Mary zijn befaamde bacon-bananen-pindakaas sandwiches ( 813 calorieën per stuk, hij at er 2 per dag ) bereid. Buiten zijn de weides waar de paarden lopen en het bescheiden zwembad in de achtertuin. Daar ligt ie zelf ook, in de tuin. Naast het zijne is het graf van zijn ouders en zijn doodgeboren tweeling broertje Jesse.
                                       
                                                                      He sure stayed in Memphis

Na het bezoek terug naar het complex dat eruitziet als Batavia-stad. Het is een aaneenschakeling van shops en musea. Zijn autoverzameling is geweldig, net als zijn outfits. Later bezoeken we ook nog zijn twee vliegtuigen waarvan de Lisa Marie een slaapkamer heeft. Met dit vliegtuig vloog hij met zijn dochter naar North Carolina toen hij zich realiseerde dat zij nog nooit sneeuw had gezien.
‘s Avonds met de shuttle naar Beale street, the place to be in the birthplace of Rock and Roll. In de bus 5 Schotten die al kachel zijn, vooral de kerel die zich voorstelt als Elvis….lachen. Ricky, de buschauffeur met lang grijs haar, vertelt dat ze op haar 10e haar eerste Elvis-single kocht: That’s Alright ( Mama).
Het is woensdag en dat betekent Biker’s night. Letterlijk honderden motoren, de een nog gekker dan de andere. anything goes.        


                                                                      
                                                                         Biker babe Belinda with her Bud

De straat is afgezet door politie, het is een toeristenfuik van de hoogste orde. Maar we mogen wel drinken op straat en dat is betrekkelijk uniek in de States. Dat doen we dan ook en het bier is een stuk goedkoper dan tot nu toe. We eten bij Blues City Cafe waar swingende band speelt. Ik heb ribs en B. BBQ-shrimps. nog een biertje erbij, line them up, Curtis. Met de bus terug en slapen.

donderdag 29 juni 2017

Sweet Home Alabama

         

    

             Sweet Home Alabama

Daar staan ze, huurfietsen in slagorde voor de campingwinkel. Fietsen had ik hier in Amerika nooit verwacht. We, mijn vrouw en ik, zijn met onze huurcamper op reis door het zuiden van de Verenigde Staten en zijn bij de Golf van Mexico beland. Dit is waarschijnlijk onze enige kans op een fietstocht en ik doe gelijk zaken. Cindy swipet mijn Visa door de kassa en geeft ons de sleutels. Thanks Cindy, you’re an angel.

De fietsen zijn zogenaamde beach cruisers: ze hebben dikke banden en we zitten meer naar achter dan normaal. Eerst een rondje over de camping, dan door het bos naar highway 182 om langs de kust te fietsen. Het zand is nog fijner en witter, de zee blauwer en schoner dan we ons vooraf hadden voorgesteld. Onze lunch in Gulf Shore Steamer is Amerikaans: Brian serveert een rijke tonijnsandwich en de blackened catch of the day past niet op het bord.
Om bij de ingang van het natuurpark te komen moeten we een stukje over de highway. Zilveren trucks, groot als kastelen, bulderen langs ons. Wij overleven het in tegenstelling tot de armadillos, wasberen, coyotes en herten. Gieren steken hun koppen tot zo ver ze maar kunnen in de kadavers.

Het State Park blijkt groter dan de Veluwe. We zijn getipt over de vlinder- en rotstuin. De 3 rotsjes zijn voor ons, gewend aan de keien in Gooi- en Eemland, een lachertje. De vlindertuin staat vol met vlinderstruiken maar er is geen vlinder te bekennen. Houten vlonders voeren ons over dampende moerassen. Als enige mensen zijn we omringd door een mysterieuze natuur. Knalrode vogels, het blijken later kardinaalvogels, vliegen met ons op en boven ons cirkelen wouwen, buizerds, haviken en arenden op zoek naar een eekhoorn. We zijn gewaarschuwd voor ratelslangen en dat is weer eens iets anders dan teken, maar die zijn er ongetwijfeld ook.
Als ik de weg kwijt ben speur ik de horizon af op zoek naar de watertoren van de camping, onze blauwe boei.
                                  
                                                

De hitte vergt al ons zweet en we rusten tot de zon wat gezakt is.
Want we willen nog naar de pier die tot ver in de zee steekt. Parallel aan de weg loopt een fietspad door de duinen. Bij het kruispunt waar we Perdido Beach Boulevard moeten oversteken is net een forse aanrijding geweest. Een personenauto is midscheeps geraakt door een robuuste pickup truck. De bestuurder van de aangereden auto kan er niet uit en consternatie daalt neer op het kruispunt. Terwijl er meerdere mensen 911 bellen hoor ik de eerste sirene al in de verte. Na de eerste schrik neemt een aantal mannen het voortouw. Eentje gaat op de achterbank zitten en stabiliseert met zijn handen de nek van het slachtoffer. Drie anderen trekken met geweld de deur van de bestuurder van de auto af. Nu zien we dat hij met zijn benen bekneld zit onder het dashboard. Twee auto’s met sheriff op de deuren arriveren samen met de eerste ambulance. Alle mogelijke hulp is gearriveerd en we besluiten over te steken; glas en metaal knarst onder onze slippers.

De pier blijkt er een voor vissers te zijn, er zijn er tientallen. En ze hebben aan de lopende band beet. Ze hopen allemaal op een haai maar het zijn meer onschuldige vissen als meervallen, zeebaarzen en makreel. Op de reling staan reigers en pelikanen geduldig te wachten tot ze wat toegeworpen krijgen.
                                     
                         
Als we na een uurtje uitgekeken zijn en terugfietsen komt net een traumaheli aanvliegen. Op het kruispunt staan nu 4 politieauto’s, 3 ambulances, 2 brandweerauto’s, een truck om het wrak af te voeren en de helikopter dus. Het kruispunt is een inferno aan zwaailichten. Als je in de Verenigde Staten bent lijkt het sowieso of je in het decor van een film loopt maar ze kunnen ook overdrijven. We kunnen in ieder geval veilig de highway oversteken.

In het strijklicht van de ondergaande zon fietsen we over de bayou terug naar de camping. De ogen van een alligator lichten rood op maar hij laat ons met rust.

Thomas van der Steen






zaterdag 24 juni 2017

The couple went down to Georgia ( 3, and back home )

                        




        

                                The couple went down to Georgia
                                  ( 3 and back home )        

Vrijdag 26 mei

                                                The Blue Angels    

Na drie dagen op dezelfde plek is het tijd om te vertrekken. De boulevard langs de kust is een snelweg. Als liefhebber van musea over militaire historie en oorlog in het algemeen heb ik mijn zinnen gezet op het Naval Aviation Museum in Pensacola. Zoals veel musea in de VS is het gratis maar we moeten ons wel onderwerpen aan een gedegen ID-check. Dat is logisch want het museum bevindt zich op een militaire basis. Zalen met plafonds tot de hemel vol met vliegtuigen en ander wapentuig. Een van de kleinste objecten is wel meteen de dodelijkste: Fat Man, een replica van de atoombom die Nagasaki verwoestte. Het pronkstuk zijn de Blue Angels, de jets van het stuntteam.

                  
                                  De Blue Angels hangen aan het plafond
Overdaad schaadt en na het zoveelste vliegtuig hebben we ‘t wel gezien. Als we via de galerij naar de uitgang lopen treffen we nog een museumpje in het museum: een straat in Pensacola ten tijde van WOII.
Een bioscoop-loket, kapperszaak, kruidenierswinkel en een huiskamer. In de hoek uit de radio het verslag van de overwinning op Okinawa. De verpakkingen, prijzen en reclame in de grocery zijn weergaloos.

           
                                          Ik kon het niet laten

Voordat we de kust definitief verlaten nog één keer naar het strand en in zee zwemmen.
Maandag is het Memorial Day en daarom is het dit weekend druk. Ik heb een camping gemaild in Westville, de rest is vol. Het ligt een slordige 200 km landinwaarts. Als we tanken in Holt blijkt dat ‘White Trash-paradise’. Er zijn alleen maar mannen, vieze mannen. Ze kopen sigaretten, six-packs of pruimtabak. Of alledrie. En ze spugen, allemaal. Mijn telefoon gaat en het is Lucy, de vrouw van John van de camping. ‘Hi there Thomas, you’re welcome at Lake Victor tonight, you’ll enjoy the sunset.’
Het blijkt een kleine camping in the middle of nowhere. Behalve de inderdaad fenomenale zonsondergang zijn er ook fenomenaal veel muggen. We kunnen de $38,00 niet cash afrekenen en nadat internetbankieren geen optie bleek mochten we voor niks blijven. Thanks John and Lucy.
We eten vooraf de kreeftjes van gisteren en B. heeft het bereiden van omelet met worst en jalapeños onder de knie.



                                    Zonsondergang boven Lake Victor, Florida



Zaterdag 27 mei

                                          Reisdag, klotedag

De camper is klein en wordt na 15 dagen almaar kleiner, eigenlijk sta je altijd in de weg. Dus we krijgen ruzie over een onbenulligheid, iets over de bandenspanning. Wat ik thuis in 3 minuten voor mekaar heb blijkt hier een crime. De bandenspanning is oké maar de spanning in de cabine is ijzig. Maar als je onderweg op straat een heuse Timber rattlesnake treft heb je ‘t snel uitgepraat.


                                                          
                                                                Een Timber rattlesnake kruiste ons pad.


Het is zo druk dit weekend dat we weer op een KOA moeten overnachten. Soms zijn die campings prachtig maar vaak ook voor ‘t gemak naast de afrit van de Interstate. Die in Forsyth is er zo een. Van een Amerikaan naast ons begrijp ik dat Memorial Day het begin van de vakantie betekent voor scholieren. Nooit geweten, ze hebben DRIE MAANDEN vakantie! Behalve de slang een zogenaamde ‘jour sans’.
Dumoulin staat 4e in de Giro op 53 seconden………’t zal toch niet?

Zondag 28 mei

                                                 ROZE

Omdat het tijdsverschil 6 uur is ga ik rond elven ‘s ochtends horen of Tom Dumoulin het roze wint. Daarom maar stevig ontbijten, weer eens bij Waffle House. Kom maar door William, met je koffie-refills, jus d’orange, wafel met spek en 2 sunny side up, ook met spek en hash browns.
Over kleine wegen rijden we noordwaarts, naar Athens. Het gaat op en af en de omgeving lijkt op Midden-Frankrijk. De zon stijgt en stijgt, de atmosfeer beklemt. Langs de kant van de weg volg ik via internet en twitter het laatste kwartier van de Ronde van Italië. Tom wint, ongelooflijk!
In Athens bezoeken we de botanische tuinen bij de universiteit. We zijn wel wat meer gewend, zo zie je maar, niet alles in Amerika is groter, hoger en sneller.
We hebben een kamer besproken - de campings zijn vol - in Howard Johnson Inn. Met zwembad, schone lakens, double beds, een badkamer, dat is weer eens wat anders dan die pietepeuterige oppervlaktes. Als we aankomen zien we meteen dat het vergane glorie is, en belangrijker, ER ZIT GEEN WATER IN HET ZWEMBAD!
Maar door de hartelijke ontvangst van Patricia en Toya zijn we dat al gauw vergeten.

         
           ‘An obstacle is often a stepping stone’  staat in neon voor deze kerk op Broad Street, Athens, Georgia


Naast het motel kookt Señor Sol Mexicaans maar daar hebben we geen zin in. Iets verderop is Hilltop Grille, we gaan lopen. Dat wordt door de berm lopen want er zijn geen stoepen. De maître d’ - Groucho Marx après-la-lettre - wijst ons een tafeltje in het nagenoeg lege restaurant. Kelly is onze serveerster en doet dat zoals we dat inmiddels gewend zijn. Alles kan hier en niks is gek. Mocht ik een glas rode wijn bestellen met ijs en een rietje dan trekken ze niet een wenkbrauw op maar zeggen: ‘In a minute, sir.’
B. vooraf: garnalen in enchiladas met groene paprika en kaas, rode salsa en creme fraiche erbij. En ik heb salade met bacon, blauwe kaas en croutons. We delen een ribeye van 16 oz. ( = 450 gr ), meer dan genoeg. Als B. witte wijn bestelt zegt Kelly, ‘Oh, I love the grapefruit in it’. Sure baby.
Op de terugweg komen we langs The Blind Pig Tavern, iets wat lijkt op een café. Afgevuld met gasten met maar één doel: dronken worden. Zelfs Melissa, jonge barmeid van dienst, is kachel. Als B. naar witte wijn vraagt raadt ze dat zonder omhaal ten stelligste af. Dan maar 2 Bud’s, oversteken en breeduit slapen.

Maandag 29 mei

                                       Memorial Day
   
           
                      Op Memorial Day worden de gesneuvelde soldaten herdacht
Als we gaan ontbijten, laat, want ‘t sliep zo lekker, lijkt de ontbijt-lounge wel een voedselbank. Zwervers, een pleegmoeder met een slinger kinderen, een stinkende man die letterlijk zijn zakken vult met voedsel, het zijn overduidelijk geen gasten.
Vlakbij ligt Tallulah Falls, de watervallen met de hangbrug zijn een attractie.

           
                                                                  B. rekent uit hoe lang……….

Dit park bestaat eigenlijk alleen maar uit trappen met eindeloos veel treden. De 335 naar beneden gaan gesmeerd maar ja, dan moet je weer naar boven. Het hoge percentage toeristen uit Azië - India, Pakistan en China - valt op, ineens, uit het niets.
We overschrijden weer een staatsgrens en zijn nu in North Carolina, de 8e deze trip. In Cherokee kan B. haar hart ophalen aan Indianengedoe. Eerst gaan we naar een openlucht dorp waar getoond wordt hoe de Cherokee’s hun pijlpunten, kralen en kano’s maakten. Ze gaan ook dansen en dat vind ik vreselijk. Eer en cultuur worden te grabbel gegooid voor een paar grijpstuivers.
Het museum is daarentegen wel interessant. Het vertelt hoe ze zijn besodemieterd, opgejaagd, gedeporteerd en uitgemoord. George III van Engeland had nog wel ‘t beste met ze voor maar toen de Amerikanen het voor het zeggen kregen in ‘hun’ land was het pleit van de Indianen beslecht.
                                        
                                                                            De Indiaanse 80-jarige oorlog
Op een plek waar wordt stilgestaan bij alle gesneuvelde Amerikaanse soldaten in al hun oorlogen, het is nog steeds Memorial Day, worden de 1000 die vielen in een oneerlijke strijd ook herdacht, je moet maar durven.
We zijn in een heus reservaat, Qualla Boundary, en we slapen vanavond in het bos. Indian Creek Campground is ouderwets simpel en ruim. Na het eten willen we een vuurtje stoken maar het gaat regenen. Het geluid van de snelstromende kreek soest ons in slaap.
                         
                                                                                               ‘Into the Wild’

Dinsdag 30 mei

                                        Blue Ridge Parkway

Die weg door de bergen is bijna 800 km lang  maar we gaan daar maar 150 van rijden, we rijden tot Asheville. Het is meteen fantastisch en dat blijft zo. Om de 5 mijl is er een zogenaamde overlook en die vergezichten zijn adembenemend.
                   
                                                    Big Witch Overlook
De zelfgemaakte sandwiches eten we bij dit uitzicht en dat smaakt goed. Het is op en af, draaien en keren en dat is met een camper behoorlijk zwaar. Maar opeens is daar toch Asheville.   
                      
                                                               There is only one  number 1

Een oud centrum, art deco huizen en totaal arty-fartie en verhippied. En opeens alleen maar liberals, Bernie Sanders-fans en studenten met blauw haar. En 2 gays - interracial, ook dat nog - die hand in hand lopen. Koffie gedronken in een Engelse dubbeldekker en bosbessencake naar binnen geschrokt want hypo.
Om bij Lakewood RV resort in Hendersonville te komen rijden we even door South Carolina en dat is onze 9de staat. Het blijkt trouwens een 55+ camping, dat komt goed uit, dat zijn wij ook. Maar het hele nette en fatsoenlijke is beklemmend. In het zwembad roept B. me iets na en een oude bader zegt: ‘Are you talking to me, i’m not wearing my hearing aid.’
Na het zwemmen doen we boodschappen bij Ingles. Ik ben een liefhebber van supermarkten en heb veel gezien in mijn leven maar dit slaat alles. Als je het niet gezien hebt kun je je er geen voorstelling van maken, de keuze is astronomisch. Zo hebben ze Belgische en Nederlandse bieren waar ik nog nooit van gehoord heb. Op de afdeling Deli kun je voor iedere dag van het jaar iets anders kopen.
We eten de gebarbecuede kip voor de camper en genieten van de jongsten zijn.

Woensdag 31 mei

                              ‘Good morning campers!’
                                Uncle Ernie in Tommy

                                
                                           Wolfe’s Angel

In de stad staat een beroemde engel op een begraafplaats en op beide ben ik dol. Het beeld heeft ene Thomas Wolfe geïnspireerd tot het schrijven van een boek en ik dacht dat het dus wel die befaamde Tom Wolfe was maar nee. Maar de begraafplaats en de engel vallen niet tegen.
                                         
Zo vond ik deze verongelijkte Jezus weggestopt in een hoekje. Zijn blik is veelzeggend, hij eist een prominentere plek.

Als we Unicoi State Park naderen worden de aanwijzingen almaar onduidelijker. We kunnen de receptie pas vinden na eindeloos gezoek en gepuzzel. Maar Brittany, roodharig, jong, naïef maar o zo bereidwillig, helpt ons naar een mooie plek. We staan midden in ‘t bos - een zwarte specht met rood mutsje kijkt schalks om een boomstam heen - we hebben een firering en geen buren. Er is een meertje met een pad eromheen. We lopen meteen naar het strandje, B. zwemt en ik me verbaas me over de vulgariteit van de strandgasten.
Door diezelfde Brittany zijn we getipt over The Lodge. Je zou er alles kunnen eten, van pizza tot oesters, tegen een schappelijke prijs. Door het bos loop ik erheen, behalve tijdrovend ook nog omhooglopend, en als ik er eindelijk ben lijkt het op een failliete van der Valk-vestiging. Het lijkt gesloten maar als ik een deur probeer gaat ie open. Onafzienbare gangen die bekleed zijn met het lelijkste tapijt dat ik ooit zag. En de stilte…...ik begin me steeds onbehaaglijker te voelen. Eindelijk tref ik een latino schoonmaker die ik vraag waar het restaurant is. Zwijgend wijst hij me nog dieper de spelonken van deze betonnen kolos in. Achter een systeemwand zie ik eindelijk een bar. Aan een formica tafel zitten 3 opgedirkte zwarte vrouwen op leeftijd. Aan de bar zit een man met zijn zoons. Hij ziet mijn vragende blik en zegt: ‘Tammy is serving the bar and the restaurant but the cook didn’t show up, so now she’s preparing my pizzas’. Nog net niet gillend volg ik de bordjes EXIT door de gangen die steeds meer lijken op die van The Shining.
                                 
                                        Hotel Ahwahnee uit The Shining?

Na horten, stoten en vloeken eindelijk weer eens een kampvuurtje. Vuurvliegjes dansen in het bos.

Donderdag 1 juni

                                     Rust en cascade


                             
                                    Onze plek in Unicoi State Park

Rust, want we blijven hier nog een dagje. Toch vroeg op, we gaan de hele trail rond het meer lopen. Als we over het  stuwdammetje lopen dendert het water niet de diepte in maar glijdt breeduit over een schuinstaande wand naar beneden. Zwaluwen scheren over het wateroppervlak en hebben een feestmaal. We zijn halverwege de wandeling als door het gebladerte een zoemend geluid aanzwelt. Van oever tot oever - toch gauw 500 meter - is een kabelbaan gespannen en durfallen zweven over de stalen draad naar de overkant. Wij lopen en zijn na anderhalf uur het meer rond.
Met de Ford rijden we naar Anna Ruby Falls, een andere bezienswaardigheid in het park. Van het parkeerterrein is het nog een pittige mars omhoog. Maar het is de moeite meer dan waard.

                            
                                            Anna Ruby Falls

In Cleveland doen we boodschappen, weer bij een Ingles. Voor de lunch koopt B. een BLT en ik een roast beef sandwich. Terug op de camping gaat B. zwemmen en ik lees HhhH uit. Wat een geweldig boek zeg, dat ik dat zo lang heb genegeerd is een schande.
‘s Avonds een biertje, hammetje, slaatje, vuurtje, wijntje en een slaapje.

Vrijdag 2 juni

                                         Slotscène

Eerst naar Dahlonega, het is het laatste op het lijstje dat we ooit maakten. Hier werd ooit goud gevonden en de gebouwen uit de rijke tijd staan er nog. We zien dat de USA wel degelijk historie heeft, en stoepen!      
                     
                                   Het historische ‘courthouse’ is nu het Gold Museum            

Door die stoepen en de houten huizen heeft het meteen iets kneuterigs en on-Amerikaans.
Het is maar een klein eindje rijden naar onze laatste KOA, die in Cartersville. Daarom nemen we de allerkleinste wegen die we kunnen vinden. Aan een laatste voornemen van B. ( pizza eten ) wordt voldaan op een afzichtelijke plek, een mega-benzinestation. Daar is een foodplaza met eromheen alle bekende voedselmultinationals. Ook een Pizza-Hut en voor mij een Taco Bell, het voer is echt afschuwelijk. In mijn Power Bowl zitten zwarte bonen met een melige bruine saus erover.
Als we de camping bereiken blakert die in de felle middagzon dus gaan we eerst zwemmen. Want we moeten morgen de camper inleveren en die moet schoon. Het schoonmaken zet de verhoudingen op scherp…….op ontvlambare scherpte. Ik vind het nou eenmaal belachelijk dat je $150/dag betaalt en dan het fokking zand uit dat ding moet schrapen. Maar B. is in alles consciëntieus en dus ook hier in. Als de klus geklaard is drinken we de blikjes Lite - it’s Miller time! - op.
                                                                                                                             
                                       At last, it’s Miller time
B. maakt heerlijke sandwiches en de avond valt over Georgia. Het is onze laatste zonsondergang in Amerika en daarom drinken we ook de laatste wijn op.
                               
                                                                  Melancholie ligt op de loer


Zaterdag 3 juni

                              Partir’c’est mourir un peu


08.00 Opstaan, koffie

08.15 Wassen, aankleden, dumpen en propaantank vullen ( $3,79 )

08.30 Laatste ontbijt bij Waffle’s, thanks Kim, 60+,ugly but an angel

11.00 Aankomst Cruise America, niks gebeurd, geen schade.

11.30 Overdracht camper, alles in orde, 618 mi teveel, 1000km

                                       
                                  ‘Our house was a very very very fine house
                                                                       with squirrels in the yard
                                                                        life used to be so hard’

13.30 Über gebeld, Tyquerya komt, het is haar 2e dag.

15.30 Het is een uur naar het vliegveld maar waar is de ingang?

16.00 Ingecheckt, wachten, eten, drinken, hangen, wachten.

20.30 Vertrek, ik zie Anthropoid, film naar boek HhhH.

02.00/08.00 Bridges over Madison County, verliefd op Meryl

10.30 Schiphol, NS, Hilversum, NH
                         
                                           The couple